DROOM VAN EEN STADSEILAND

Een bijdrage van Mark Enneken, gepubliceerd op 24 juli 2014

Languit neergevlijd in koel kabbelend water lonkt de Lentse overkant. Een deinende einder met vervagende lijnen van verguld zand tussen groene en grijze stroken.

Wat wijn volstaat om lyrisch te mijmeren.

Dan zie ik poppels als palmen wuiven naar de bronzen glooiingen van de oude stad die zich verzekerd weet van een tegenbeeld vol prille veerkracht.

Nijmegen is een eiland aan het baren en vanaf de kade zijn we getuigen.

Van oudsher prikkelen eilanden de fantasie en ontstaat het verlangen naar de onweerstaanbare charme van de waterkant met alle genoegens die daarbij horen in de vorm van een haventje, terrasjes, een boulevard, strand, onbekommerd vertier.

Dat wat Nijmegen op de kade liet lopen kan aan de overkant in meervoud ingehaald worden.

Hier was het waar de gegoede burgerij ooit samendromde onder het lover in de theetuin van Wildenbeest, het latere hotel Lent, om naar de fanfare te luisteren met de Waal als klankbord en het stadsprofiel als decor, maar de tijd wilde anders en bracht kloeke stapels appartementen waarover Nijmegen niets te zeggen had omdat de overkant toen van een ander was.

Nijmegen gromde en gruwde even, maar nu de stad er de baas is gaat de blokkendozerige urbanisatie gewoon door en legt daarmee een hypotheek op de idylle van een uniek stadseiland als publieke oase.

Toch blijft er hoop.

Niet alleen de uiteinden van het Lentse eiland vragen nog om invulling met meer dan een Vrijmoetige camping, ook de nieuwe boulevard aan de zuidoever van de nevengeul daagt uit, al was het maar om Arnhem naar de kroon te steken.

Hier ligt het verdronken land van Knodsenburg.

Daar waar Staatse Hollanders met hun huurlingen ooit Nijmegen beschoten, kabbelt straks een rustieke geul met zacht plonzende roeispanen, dobberend zwembanden, klinkende cocktails en verglijdende zeilen.

Zo droom ik wat af op die oude kade tot ik plots opschrik van een aantal schreeuwende stuiterballen in de vorm van waterscooters die verboden zouden moeten worden maar dat kennelijk niet zijn.

Ontnuchterd sta ik weer met twee voeten op de Waalkade om morgen de benen te nemen naar een ginds droomeiland waar het ook niet alles is en waar ik overmorgen alweer terugverlang naar dat niet weg te poetsen dierbare vlekje aan de Waal.

Toch keer ik pas weerom als de kermis er draait.

Tot dan.

Mark Enneken

Alweer goud

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 23 juli 2014

Wie de schoen past…

Een bijdrage van Jac. Splinter, gepubliceerd op 22 juli 2014

Een andere kijk op de lopers van de vierdaagse en de zomerfeesten

STAD GEEN ELASTIEKJE

Een bijdrage van Mark Enneken, gepubliceerd op 17 juli 2014

Eigenlijk had ik weg willen gaan, maar het kwam er opnieuw niet van. Dit Vierdaagsegedoe is uiterst verslavend.

Misschien heeft de paplepel ermee te maken, dus was ik verheugd toen een raadslid onlangs een pleidooi hield om drugscontroles in te voeren, maar de burgemeester vond zoiets stigmatiserend en dan gebeurt het niet.

Jammer.

Ik ben nog van de levertraan-generatie die pas achteraf te horen kreeg welke rommel we met die paplepel allemaal te slikken kregen. Een van de symptomen is in ieder geval dat ik telkenjare bij de Vierdaagse van de partij ben hoewel het me soms wat al te massief samendromt rond het vermaak van teveel decibellen.

Toch geniet ik met volle teugen te duur geplastificeerd bier van die eindeloos golvende meute, maar dan wel vanuit een terrasstoel pal aan straat omdat je vanuit een pretheli toch teveel menselijke details ontgaan.

Weinig aardse plekken bieden zoveel uitbundige verscheidenheid als Nijmegen tijdens de Vierdaagse, terwijl er toch echt niet meer aan de hand is dan een wandelmars van Nijmegen naar Nijmegen. Reden waarom het me moeite kost de pret van die Vierdaagse aan buitenstaanders te verklaren, maar dat heb ik met carnaval ook.

Je moet het meemaken en tienduizenden doen dat, waarbij de ene helft voor dag en dauw marcheert en de andere helft deswegen tot diep in de nacht feest viert.

Met z’n hoevelen zijn we eigenlijk?

Kijk, er zijn zo’n veertigduizend wandelaars afgestempeld, maar die feestgangers hoeven zich vooralsnog niet te melden en dan geldt de wet van de natte vinger die graag richting sponsors wenkt want in deze handel geldt het perspectief van de grote getallen.

Hoe meer zielen hoe meer prestige en dus geld; reden waarom Nijmegen al jaren roept met anderhalf miljoen bezoekers ’s lands grootste evenement te herbergen, hoewel geen mens het ooit precies nagerekend heeft en ik al helemaal niet.

Ik hoef maar een half uurtje wandelmars te zien om de tel volledig kwijt te raken.

Kijk, aan een stad zo volgeladen mis je twintig, dertigduizend neuzen niet, maar de vraag is wel hoeveel haringen in een ton voor sardientje willen spelen.

Zoals de vissen in de Waal die door watervuurwerk in het gedrang dreigden te komen en met succes protesteerden omdat ook vermaak haar grenzen kent.

Uiteindelijk is de stad geen loom-elastiekje waarmee je naar hartenlust kunt knutselen in de hoop nog groter te worden maar dat lijkt me eerlijk gezegd een kwestie voor de lokaal coördinator pret en vermaak.

Ondertussen vermaak ik me kostelijk.

Waarschijnlijk was het verslavende 4D-gehalte van die levertraan té hoog.

Mark Enneken

Vlinders op de muur

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 16 juli 2014

Tijdelijk

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 12 juli 2014

Gisteren heb ik een column uitgesproken bij de opening van het kunstwerk Out of the Box in het Honigcomplex. Een initiatief van de Stichting Fabrikaat. Het kunstwerk is een tijdelijke woning, gemaakt van duizenden kartonnen dozen, eierdozen en gebruikte koffiepads. Lees verder »

LEERZAME VIERDAAGSE

Een bijdrage van Mark Enneken, gepubliceerd op 10 juli 2014

In Nijmegen bestaat het jaar uit 51 weken plus nog eentje, maar die telt meteen voor vier.

De Vierdaagseweek.

Een kortstondige tijdspanne die als lokale coupure geldt. Er is een periode voor en na de Vierdaagse en daartussen ligt het troetelkindje dat Nijmegen dolgraag met de wereld wil delen.

En dat sinds mensenheugenis, waarmee we meteen de kern te pakken hebben van het wonderbaarlijke fenomeen dat Vierdaagse heet: het is tijdloos. Het wandelfeest is wars van hectiek en heisa. Wandelaars kennen geen competitie, geen discriminatie.

Het lijkt dan ook uiterst zinvol om die VN-commissie van de Jamaicaanse hoogleraar Verene Shepherd eens uit te nodigen hier een dagje te komen kijken.

Op het asfalt versmelten rangen en standen tot één kleurrijke stoet van vrolijk zwoegend voetvolk dat door uitgelaten supporters op handen wordt gedragen als ware het de inhuldiging van wereldkampioenen nog voor Nederland die kans liet lopen.

Heel de mens, zou Van Gaal zeggen.

Complete volksstammen vinden het leuk om de ene voet net zolang voor de andere te zetten tot ze vanuit Nijmegen weer in Nijmegen zijn, hetgeen geldt als een prestatie die in de stad uiterst uitbundig gevierd wordt nog voordat de wandelaars vertrokken zijn.

Nijmegen mag dan niet de groenste stad geworden zijn, het is dagen achtereen wel veruit de kleurrijkste.

Al weken worden in de Nijmeegse ommelanden matineuze lieden gespot die herkenbaar zijn aan hun tred, hun kleding, een rugzakje, een bungelend bundeltje rond het middenrif, een vleugje kamfer en solide schoeisel waarmee het Nijmeegse Robinson vroeger van vader op zoon wereldwijd naam maakte.

“Want wij zijn een voor allen en allen zijn wij een”, zingen ze volstrekt ten overvloede want er bestaat tijdens de Vierdaagse geen verschil.

Al bijna honderd jaar hetzelfde liedje.

Je kunt de reportages, foto’s en filmpjes van vorig jaar of eerder probleemloos als “breaking news” verkopen zonder dat iemand het in de smiezen heeft, behalve dan die anderhalve wandelaar die er dit jaar niet bij is.

Dat maakt die Vierdaagse zo tijdloos.

Je hoeft als deelnemer maar even ondersteboven te lopen of een horde verslaggevers duikt op je af om te vragen wat je beweegt.

Wacht eens.

Opeens weet ik het goed gemaakt: Als de volledige anti-discriminatie commissie nou eens als pieterman meeloopt aan de leiband van die Sinterklazende Amsterdamse rechter om van alle wederwaardigheden verslag uit te brengen aan de wereld?

Het zou een bijzonder memorabele en leerzame Vierdaagse kunnen worden.

Mark Enneken

Zen

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 9 juli 2014

STADSPOORT MET BIERCHIP

Een bijdrage van Mark Enneken, gepubliceerd op 3 juli 2014

Behalve mooie herinneringen dank ik aan festijnen als de Zomerfeesten ook plastic muntjes die de keukenlade meer kleur geven dan de kolossale nieuwbouw van Doornroosje te bieden heeft.

Een museale collectie van gemiste consumpties en verlopen investeringen die me er steeds opnieuw aan herinnert hoezeer ik bijdraag aan het economische rendement van alle vertier en daarmee aan de algehele feestvreugde.

Graag gedaan.

Zolang het duurt tenminste, want onlangs deelde het feestcomité officieel mede dat ze op het Valkhof met speciale betaalchips van NXP gaan werken. Waarschijnlijk om te voorkomen dat de opbrengst er weer eens verdwijnt maar dat werd er niet bij gezegd.

Wat heeft een chip wat een muntje niet heeft?

Persoonlijk ben ik geen liefhebber omdat die dingetjes wat al te gemakkelijk uitvogelen dat ik op de Waalkade slenter terwijl ik geacht wordt duchtig door de Hatertse dreven te marcheren als voorbereiding op de Mars der marsen.

NXP is ons altijd een vele stappen voor.

De marsleider weet daar uit de wandelpraktijk alles van en waarschijnlijk heeft de man bij gelegenheid de feestneuzen ingefluisterd welke ongekende mogelijkheden de micro-elektronica te bieden heeft.

Crowd management, zeggen ze dan.

Toen voorloper Thermion in Lent nog halfgeleiders maakten ging het nog, maar nu het NXP heet is er sprake van algehele begeleiding en dat maakt waakzaam temeer daar het feestcomité op voorhand heeft laten weten het systeem graag over alle vermaakcentra uit te willen rollen.

Daar gaan we.

Voordat we het goed en wel in de gaten hebben heeft Nijmegen een affaire, te beginnen bij het Valkhof, van waaruit in een ver verleden wel vaker onwelgevallige regels kwamen om het brassende volk in toom te houden.

Dat begon al met de stadspoorten.

Je kon eertijds op een zomeravond niet even in Hatert trainen of de deur ging op slot en de inhoud van de knapzak moest aangegeven worden.

Dat was toen, maar ziet: het overkoepelend feestcomité gaat dit jaar niet alleen met chips maar ook met stadspoorten werken. Om het volk te verwelkomen, zo heet het, maar het zijn natuurlijk ordinaire bierbarricades die moeten voorkomen dat de meute straks massaal aan het blik gaat terwijl de vermaakcentra het van de bierpomp moeten hebben om alle covers te financieren.

Die chip is een volgende stap en maakt de weg vrij om bij gelegenheid entree te heffen bij het betreden van binnenstedelijke feesttent waar consumpties tegen een te hoge eenheidsprijs verplicht zijn.

Mark my words !

Mark Enneken

Ingepakt

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 1 juli 2014