OOY VERRE VAN SEXY

Een bijdrage van Mark Enneken, gepubliceerd op 17 april 2014

Zodra een autoriteit ergens het etiket “sexy” opplakt sta ik likkebaardend vooraan in de hoop aan mijn trekken te komen, doch bij de Vierdaagse werkt dat even anders.

Koud had de marsleider het wandelen op de nationale radio officieel tot sexy verheven of ik stond te trappelen bij de voordeur van de wandelbeweging om mijn deel binnen te halen, maar aldaar werd mij vanwege een numerus fixus dringend verzocht om achteraan te sluiten in een rij van 53.844 liefhebbers.

Amme nooit-nie !

Als er iets fataal is voor mijn lustbeleving dan betreft het een meute, dus zocht ik mijn heil stante pede in de rustieke Ooijpolder. Daar waar ik eertijds op de zanderige boorden van de Waal mijn eerste seksuele verkenningstocht uitvoerde, hoewel het door de religieuze autoriteit van het Canisius College ten zeerste ontraden werd om in die zedenwildernis te vertoeven.

Tegenwoordig is een vloek en een zucht voldoende om daar binnen te wippen via een muizentrap die door de groene autoriteit Ooijpoort gedoopt is.

Meteen nadat ik dat spannende wiebelding overwonnen had, struikelde ik al meteen over glazen en dozen die er als dank voor het aangenaam verpozen achtergelaten waren door een meute die nooit naar “vroege vogels” luistert, laat staan een bijdrage levert aan de Stichting Ark die hier met aaibare mini-bizons zorg draagt voor de verwildering van de uiterwaarden.

Vanaf het moment dat de groene lobby trots kond deed van de nieuwe oeververbinding heb ik mijn rustzoekende hart vast gehouden, beducht als ik ben voor luidruchtig en alles vertrappend volk in een stiltegebied waar de leeuwerik al vroeg voor nachtegaal speelt of omgekeerd.

De marsleider heeft de Ooij met recht en reden nooit in zijn vierdaagse kruisweg opgenomen.

Nee, dan die gretige groenen.

Zeker nu dat gewilde stadsstrandje aan de overkant vrijwel onbereikbaar is geworden kan Opoe Sientje haar borst nat maken en kwispelt buurman Orka in de vluchthaven alvast met de staart om het volk desgewenst te laven.

Zou die werkloos wordende groene wethouder hier voor straf geen toezicht kunnen gaan houden op een numerus fixus? Of nog beter: Kunnen we de marsleider niet smeken om het betreden van de polder officieel als verre van sexy te bestempelen?

En?

Mark Enneken

Verrijdbare karen verboden

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 16 april 2014

Aangifte

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 12 april 2014

Waar de functies vandaan kwamen weet ik niet. Advertenties om te solliciteren heb ik nooit gezien. Maar ineens doken ze na de laatste gemeenteraadsverkiezingen overal in het land op. Ook in Nijmegen. Ik heb het over informateurs. Met uiteenlopende functienamen als kwartiermakers, snuffelaars, padbereiders, nierenproevers, verkenners en meer van dit soort fantasierijke verzinsels. Neem Henk Beerten. Die ging op de woensdagavond van de verkiezingen als wethouder van Nijmegen naar bed en op donderdagmorgen werd hij wakker als informateur in Tiel. Dat kan hier allemaal zo maar. Ik heb me voorgenomen om me voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 wat assertiever op te stellen en meer aan de weg te timmeren. Zo’n baantje lijkt me namelijk ook wel wat. Lees verder »

#TweetvandeWeek024: Degradatiestress

Een bijdrage van Rosalie Thomassen, gepubliceerd op 11 april 2014


Erop. Of eronder. NEC Nijmegen heeft nog maar 3 wedstrijden te gaan in de competitie van dit jaar. Degradatie naar de Eerste Divisie kan nog vermeden worden. De aartsrivaal is ineens van zuidelijke komaf. Wel geelzwart, maar verder geheel Limburgs. Het is geheel onsportief duimen geblazen dat Roda JC uiterst belabberd presteert. Want in het niet zo onvoorstelbare geval dat NEC zal verliezen van AZ (uit), Twente (thuis) en Ajax (uit), zijn we overgeleverd aan de Limburgers. Als die eenmaal wel weten te winnen, dan is het minstens 1 jaar lang over en uit met de Eredivisie wedstrijden in de Goffert.

Lees verder »

VERLANGEN NAAR WENTELTEEFJES

Een bijdrage van Mark Enneken, gepubliceerd op 10 april 2014

Hoewel het wentelteefje thuis een ongekende sensatie was, is het gastronomische niveau van het tussendoortje in Nijmegen nooit meeslepend geworden.

Goed, er was Nimweegse leverworst, Marikenbrood, een bekroond worstenbroodje van de scharrelslager en recent nog gelauwerde paastaart bij Strik, maar echt spraakmakend was het nauwelijks.

Ik bedoel: het is allemaal niet wat Den Bosch aan bollen en Arnhem aan meisjes presenteert.

Bezie de gemiddelde lunchkaart op kade, plein of markt om te beseffen dat het allemaal wat magertjes is, hoewel er natuurlijk altijd een uitzondering is waarbij New Dutch aan de Marikenstraat met de lokale bokaal gaat strijken.

Het is allemaal zo gewoon, wat overigens niets te maken heeft met de stadspartij Gewoon Nijmegen die niet aan de onderhandelingen voor een “Links Plus” college deelneemt.

En dan zijn we er weer: bij de politiek, terwijl ik het er eigenlijk niet over wilde hebben gezien de bittere nasmaak die op de verkiezingen volgde.

Een soortgelijke smaak als ik onlangs in mijn mond kreeg op een terras, onder de witte rook van het stadhuis, omdat er teveel uitgekookte rozemarijn en lokale salie in de paprikasoep verwerkt zat.

Het draait allemaal om een evenwichtige dosering van ingrediënten om recht te doen aan een gerecht waarmee de stad hoger scoort dan Delft met zijn blauw en Doesburg met zijn mosterd.

Denkend aan de verrassende hergeboorte van de Honig gaan mijn gedachten meteen uit naar de sensatie van een onbespoten tomatensoep. Zo’n romige rode soep met  pittige vegaballen die lekker in de mond walst en mild nagalmt onder het verhemelte. Volgens mij hebben we dat bij de verkiezingen ook besteld, maar zonder veel schroom prutselen ze nu in een achterkamertje aan een aftreksel van Cubaanse paprika met wat restjes.

Links Plus noemen ze dat.

Alsof een gedecimeerde PvdA en Nijmeegse Fractie niet zwaar in de min zitten na de verkiezingen. Opeens verlang ik hartgrondig naar de eerlijke wentelteefjes van thuis, waar in de keuken zo’n Delfts blauw tegeltje hing met de volkswijsheid: “Soep wordt nooit zo heet gegeten als-ie wordt opgediend”.

En ?

Mark Enneken

Borden

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 9 april 2014

In de serie onbegrijpelijke borden, deze week:

Niets doen is goedkoper dan iets doen.

Een bijdrage van Jac. Splinter, gepubliceerd op 8 april 2014

De Fietsbrugroltrap

Het onderhoud kostte 40.000 euro gemiddeld per jaar….weghalen kost eenmalig 40.000 euro…kwestie van prioriteiten stellen om dan bijvoorbeeld een zelfde bedrag jaarlijks op de hobbycentra te bezuinigen toch?

Kloten

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 7 april 2014

Vandaag was de uitreiking van de Award Maatschappelijke Meerwaarde in de Lindenberg. Ik heb daar onderstaande column uitgesproken.

In Nijmegen zijn tal van prijzen of onderscheidingen te winnen. Voor uitblinkers op cultureel, sportief, educatief of wat voor gebied dan ook, doen we hier niet zo krenterig. De prijzen variëren van de Nijmegnaar van het Jaar via de Karel de Grote prijs, de Ien Dales prijs, de Sportprijs en de Zilveren Waalbrug naar ludieke prijzen als het Blauwe Steentje, de Bronzen Pinoccio en de Veurtse Dweil. Ik ben zelf jurylid geweest voor de uitreiking van de Bronzen Kloten. Ik vond dat wel chique staan op mijn cv. Die trofee ging niet naar de persoon die de boel in Nijmegen flink had verkloot. Nee; er zat een positieve lading aan. Geheel in stijl van het puur Nijmeegse lied van de Doe Maar Watjes: “Jij bint mien stad; want jij hebt kloten”. En zo is het maar net. Lees verder »

#Tweetvandeweek024: #Primania

Een bijdrage van Rosalie Thomassen, gepubliceerd op 4 april 2014

Waalkade? Museum Het Valkhof? Onze terrasjes? LUX? Niets van dit alles bleek deze week de nr. 1 trekpleister van Nijmegen. Deze week werd Nijmegen overspoeld door fashionista’s. Stuk voor stuk verleid naar onze stad te komen door de gloednieuwe Primark, het paradijs voor koopzuchtig volk op zoek naar veel voor weinig.

Voor de een is het een zegen. Volk is volk, en hoe meer er daarvan door onze winkelstraten stroomt, hoe beter dat is voor het economisch welslagen van onze binnenstadondernemers. De ander noemt het een vloek. Omdat het koopzuchtige volk niet van het slag is dat ook nog geld besteedt in andere winkels of horeca. De kiloknaller onder de modewinkels zou kleinere modezaken kapot concurreren. Of door de nare bijsmaak van de wetenschap wie er heeft zitten zwoegen om de kostprijs van zo’n rokje zo laag mogelijk te houden.

Wat vind jij van de #Primania in Nijmegen: zegen of vloek? Lees verder »

SPIEGEL VAN DE MARSKRAMER

Een bijdrage van Mark Enneken, gepubliceerd op 3 april 2014

Lang voordat Primark de stad dicteerde was Nijmegen een oord van veredelde marskramers.

Vroom woonde er, dus Dreesmann, de winkel van Sinkel heette Bahlmann, we hadden een onechte Bijenkorf van de poppendokter en Van der Borg natuurlijk.

De ganse wereld onder een en hetzelfde dak.

Hoe vaak stond ik er niet met de neus tegen de winkelruit gedrukt om begerig het verlanglijstje in te vullen?

Die warenhuizen waren van alle markten thuis en demonstreerden dat uitbundig door hun etalages uitdagend vol te proppen met wat we nu gadgets noemen maar gewoon hebbedingetjes zijn.

Wat dat betreft blijven ze op het stadhuis niet achter: Er staat al enige tijd van alles en nog wat in de vitrine.

Een bosjes verlepte rode rozen, twee roomse relicten, een puntzak liberaal gedachtegoed, een toefje lokaal chauvinisme en drie pallets met respectievelijk D66, SP en GroenLinks.

Maak daar maar eens chocolade van en dat is de opdracht.

De kiezer heeft er kennelijk een dusdanige warwinkel van gemaakt dat er een groene burgemeester van verre is opgetrommeld om hier voor poppendokter te spelen want iemand zal er straks toch de Nijmeegse winkel moeten runnen.

Wie wil wat en met wie?

Het leek zo gemakkelijk. Gooi die drie triomfators op een hoopje en hobbelen met de geit, maar de politiek is altoos weerbarstiger dan het zakenleven.

D66 blijkt dermate met handelswaar uit de eigen winkel bezig te zijn dat de deur dicht ging toen uitgerekend de SP er begerig met de neus tegen de etalageruit stond te loeren.

Terwijl het iets moois had kunnen worden, zo leert de winkel die onlangs in de Stikke Hezelstraat als “concept store” de deuren opende en die in slecht Nimweegs “Make my day” heet.

Er vinden verschillende jeugdige ondernemers onderdak met mode, gadgets, broodjes, knippen, drankjes, make-up, boekjes en nog meer.

Een uitdagende formule waaraan ze zich ten stadhuize zouden kunnen spiegelen.

SP is van de hebbedingetjes, D66 voor de foundation en Groenlinks met onbespoten hapjes en sapjes.

Dat is wat de klant vroeg en die is koning.

Make my town.

Mark Enneken