Uitgesproken

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 22 mei 2015

In juli 2002 schreef de Zondagkrant een columnistenwedstrijd uit om een opvolger te zoeken van Nijs van Megen. Nijs vulde wekelijks een hele pagina in de Zondagkrant met meer en minder onnozele wetenswaardigheden. Dat achter het pseudoniem Nijs van Megen het prominente CDA – raadslid Jac Trum verborgen zat wist iedereen in Nijmegen. Dat zou tegenwoordig niet zo maar meer kunnen. Stel dat Pepijn Boekhorst, om maar eens een willekeurig voorbeeld te noemen, iedere week een hele pagina in de Zondagkrant naar eigen believen zou mogen invullen om het Nijmeegse wel en wee aan de kaak te stellen. Dan zouden we toch raar staan te kijken. Lees verder »

Vreemdgaan

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 16 mei 2015

“Een knuffel voor Nijmegen, maar soms ook een tik.” Aldus de kop in de Gelderlander van vandaag waarin aandacht wordt besteed aan mijn boek Uitgesproken, dat komende week verschijnt. Een mooie typering van de inhoud door de Gelderlander. Zo voel ik het zelf namelijk ook als ik mijn columns aan het schrijven ben. Knuffelen en tikken uitdelen. Nijmegen heeft beide zaken nodig. De twee in de Gelderlander geplaatste columns uit het al dan niet verre verleden zijn daar een voorbeeld van. Lees verder »

Denk niet wit-zwart

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 12 mei 2015

994

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 1 mei 2015

De gemeente Nijmegen heeft 994 namen ontvangen voor de Nevengeul en de nieuwe brug naar Veur – Lent. Dit in het kader van een prijsvraag. 994! Dat is geen kleinigheid. Nog 6 erbij en het quotum van de Burgertop G1000 was al bereikt nog voor de 1e bijeenkomst in de Honig plaats vindt. Tenzij het reglement van de prijsvraag de mogelijkheid bood om per persoon meerdere namen in te sturen. Dan is het aantal personen minder dan 994. Ik ga er niet over soebatten. 994 suggesties. Dus niet zeggen dat Nijmegenaren niet betrokken zijn. De jury kan aan de slag. Lees verder »

Hoekig

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 28 april 2015

Pionieren

Een bijdrage van Valerie Bongaarts, gepubliceerd op 26 april 2015

Pionieren

Ik ben van nature niet zo’n pionier. Of eigenlijk wel. De drang is er, maar de uitvoering laat te wensen over. Zo wilde ik als puber naar een Kibboets. Nog niemand van mijn vrienden had dat ooit gedaan. Maar helaas toen het er van moest komen, had ik zoveel dingen aan mijn hoofd, dat Israël er bij inschoot. Later ging ik Russisch studeren. Na het succesvol afronden van deze studie zou ik mij in Moskou vestigen. Het verdrag van Minsk was net getekend en ik zou als journalist, één van de eersten, mijn ervaringen gaan delen met de rest van de wereld. Maar mijn nieuwe vrijheid in Amsterdam kostte veel tijd. Moskou kon nog wel even wachten.
En toch werd ik op een dag  pionier. Vanwege een kinderwens. Een vriend als zaaddonor zou sperma afstaan. Het ziekenhuis ging dat voor ons invriezen en wij zouden er op afroep gebruik van maken. Simpeler konden we het niet maken. Maar het enige ziekenhuis in Nijmegen dat aan invriezen deed was het Universitair Medisch Centrum St Radboud. En toen werd het problematisch. Want in de tweede helft van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw schreef de De Raad van Bestuur, onder invloed van de Stichting Katholieke Universiteit, nog doodleuk voor dat er binnen het katholieke bolwerk van ‘De Radboud’ geen inseminaties gedaan mochten worden bij en voor gelijke sekse koppels. Mij werd geadviseerd te bellen met het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem, daar konden ze ons verder helpen.
We lieten het hele idee van schrik een paar jaar rusten, maar uiteindelijk lukte het om onze gediscrimineerde ego’s aan de kant te schuiven voor het verwezenlijken van die ene grote wens. Ik belde met Rijnstate. Of ik ‘De Radboud’ al had geprobeerd, vroeg de dame in Arnhem, die mijn verhaal aanhoorde. Daar hadden ze namelijk sinds kort groen licht gekregen ook homo’s en lesbiennes te begeleiden in hun kinderwens.
Om een lang verhaal kort te maken: enkele maanden later liepen we voor het eerst, met de goedkeuring van de heilige Radboud, door de klapdeuren van de fertiliteitskliniek. Een ontvangstcomité van dolgelukkige medewerkers wachtte ons op. Het personeel vertelde hoe ze met z’n allen hadden gejuicht toen de kogel eindelijk door de kerk was. Dat we moesten weten dat het allemaal niet aan hun had gelegen, dat als zij het voor het zeggen hadden gehad, et cetera, et cetera. Duidelijk was: wij waren de eersten, wij waren de pioniers!
Dat hebben we geweten. De brieven aan mijn vrouw geschreven, werden standaard met Mijnheer en De Heer aan haar gericht. De vragenlijsten, die in tweevoud werden verstrekt, hadden steevast een vrouwelijke en een mannelijke versie. Honderden vragenlijsten en formulieren waren dat, want met deze nieuwe situatie ging alles precies volgens protocol. En met alle geduld van de wereld koppelden we de misverstanden terug. Bleef ik bij ieder telefoontje rustig zeggen dat mijn partner een vrouw was en dat het niet uitmaakte dat ze zich vergisten. Krasten we op ieder formulier de mannelijke verwijzingen door en schreven er keurig in blokletters bij dat het hier een mevrouw betrof.
Bij dezelfde procedure voor onze dochter, drie jaar later, gebeurde dat allemaal niet meer. Ik kan mij niet herinneren in de correspondentie één verkeerde aanhef te hebben gezien en als mijn partner en ik op de inseminatie-afspraken kwamen, keek niemand verbaasd op. In de computer stond blijkbaar correct vermeld dat mevrouw X en mevrouw Y om tien uur een afspraak hadden.
Ik voelde mij trots. Trots was ik op ons uithoudingsvermogen. Op het geduld waarmee we hadden geholpen de logge bureaucratie van het ziekenhuis te verlossen van opgelegde regels en hoe we vastgeroeste ideeën hadden weten te trotseren. Want uiteindelijk is pionieren ook en vooral verantwoordelijkheid dragen. Zorgen voor een betere wereld voor degenen die na jou komen. En dat is misschien waar ik in het verleden, bij al mijn mislukte pogingen, nog niet aan toe was.

Afstand

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 24 april 2015

Vroeger hing er in de tram een bordje met de gebiedende tekst: “Niet spreeken met den bestuurder.” Dat deed dan ook niemand. Niet alleen omdat een verbodsbord toen nog echt een verbodsbord was, maar spreeken met den bestuurder deed men gewoon niet. Simpel zat. Overigens gold dat niet alleen voor bestuurders van de tram. Met bestuurders van fabrieken, kerkgenootschappen en verenigingen sprak je ook niet, of alleen in uitzonderlijke gevallen. Om over bestuurders van gemeenten maar te zwijgen. Laat staan dat gemeentebestuurders aan burgers gingen vragen hoe er bestuurd moest worden. Kom op zeg. Wie is er hier nu het bestuur? Nou dan. Afstand houden was de norm. Lees verder »

Sterretje(s)

Een bijdrage van Jac. Splinter, gepubliceerd op 20 april 2015

Tussen fietspad en rijbaan op de nieuwe brug “De Oversteek”, hebben “ze” een betonnen vangrail met daarbovenop glasplaten bedacht. Het asfalt is ZOAB dus veel geluid komt er niet van deze weg. Ook al niet omdat de maximusnelheid 50 km/uur is.
Er is een esthetische kant die ik wel begrijp: “het ziet mooi uit.” Maar praktisch is het eigenlijk niet echt, en onderhoudsarm ook niet. Vier weken geleden waren er inmiddels negen platen kapotgereden door opspattende steentjes. Die zijn ondertussen vervangen maar er zijn er ook al weer twee aan herstel toe (zie video).
De organische vormen die ontstaan in de koudvervormde geharde glasplaten zijn daarentegen een prachtige aanvulling op de vloeiende boogconstructie van de brug. Het contrast met de hoekige lijnen van de inge-etste melkwitte visuele afrastering is ook een onverwachte aanvulling op deze eigentijdse architecturale overspanning.

Ik kan nog altijd kunstcatalogusschrijver worden …

klik hier voor de videocolumn

Opritje herbestraten

Een bijdrage van Jac. Splinter, gepubliceerd op 15 april 2015

Ik schrok, nou ja schrok…verbaasde me wel een beetje ja, van de 420duizend euro minimaal die de gemeente Nijmegen opvoerde in het raadsvoorstel voor de herbestrating van Plein1944. € 630.000,= kost de duurste variant. Dat vind ik nogal veel geld voor een pleintje van 50 bij 75 meter… Het Thieme park kostte alles bij elkaar iets meer dan 140.000 gulden, Het grasprojekt Park’44 kostte over vijf jaar verspreid ongeveer 300.000 euro en nu moeten alleen de stenen eruit en andere stenen er voor in de plaats en kost dat pakweg een half miljoen euri/een miljoen gulden? …. iets klopt hier heel erg niet. We zijn eens gaan googelen en rekenen. Rekent u mee: klik hier voor de videocolumn

Talia

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 14 april 2015