Dit is het archief van de categorie ‘Kunst en cultuur’

Pseudopastoor

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 16 juli 2015

Een inwoner uit Beuningen heeft last van de kerkklok bij hem in de buurt. Hij wordt ’s morgens te vroeg wakker van de klok en hij vindt al dat gebeier niet meer van deze tijd. Als de pastoor zo nodig de mensen wil waarschuwen dat de mis begint, dan moet hij maar een sms – je sturen. Ook pastoors moeten met hun tijd mee gaan. Daarom stapt hij naar de rechter met het verzoek dat onnodige gebeier ogenblikkelijk te stoppen. Weg met die klok. Lees verder »

Nietjes

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 6 juni 2015

Vanmiddag heb ik tijdens een signeersessie van mijn boek Uitgesproken onderstaande column uitgesproken.

De Gelderlander heeft twee weken geleden veranderingen in de opmaak doorgevoerd. Ook een krant moet op gezette tijden iets aan het uiterlijk doen. Niet dat de lezers er om gevraagd hadden. Zij willen gewoon een krant met lezenswaardige zaken, die ’s morgens vooral op tijd op de mat moet liggen. Veel meer eisen hebben ze niet. Een paar dagen na de nieuwe opmaak werd door de redactie van de Gelderlander via internet de vraag gesteld wat men er van vond. Wat was met stip de grootste klacht over de verandering? De vernieuwde Gelderlander heeft geen nietjes meer, waardoor de krant te snel uit elkaar valt. Geen nietjes. Dieper kun je als krant schijnbaar niet zinken. Lees verder »

Heimwee

Een bijdrage van Valerie Bongaarts, gepubliceerd op 5 juni 2015

Heimwee

Onlangs herinnerde iemand mij aan de Piersonrellen – de beruchte krakersrellen die met grof geweld de kop in werden gedrukt waardoor de Nijmeegse binnenstad een dag lang veranderde in oorlogsgebied. Hij had ze meegemaakt. Een steek van jaloezie ging door me heen en een  gevoel van heimwee maakte zich van mij meester.
Als kind had ik dat al, heimwee naar dingen die geweest waren. Dat ging in eerste instantie over zaken die ik zelf meemaakte: ‘Mama weet je nog, drie weken geleden om deze tijd kwam Brechtje morgen logeren.’ Maar op den duur manifesteerde zich ook een gevoel van heimwee naar evenementen of plaatsen waar ik nooit geweest was.
Zo kreeg ik jarenlang aan het eind van de herfst buikpijn omdat ik naar Moskou terug verlangde. De stad zelf heb ik nooit bezocht. Het dichtst in de buurt kwam ik toen we via Vladivostok over Siberië naar Shanghai vlogen. En toch miste ik de Russische hoofdstad.
In diezelfde weemoed kwamen ook hele periodes voorbij: De tweede wereldoorlog, de jaren zestig, het begin van de jaren zeventig en evenementen zoals Woodstock, het David Bowie concert uit Christiane F. en dus de Nijmeegse Piersonrellen.
Daarom verhuisde ik in 1994 naar Nijmegen. In eerste instantie voor mijn studie maar toch ook een beetje voor die rellen. Een stad waar krakers en bevolking zo heftig in opstand kwamen, moest wel een super toffe stad zijn.
Tot mijn grote vreugde kwam op een dag mijn buurman annex oud-huisbezetter met een serie VHS banden over het onfortuinlijke gebeuren aanzetten. Ik sloot mij dagen op in mijn kamer, deed de gordijnen dicht en keek naar bijna 10 uur materiaal van wat, naast het abusieve bombardement in 1944, de tweede hel van Nijmegen uit de recente geschiedenis zou worden.
Ik herbeleefde het drama met het commentaar van Radio Rataplan, zag de tanks en de waterkanonnen langs verzamelplek Café de Plak rijden, de ME, de paniek, de saamhorigheid en vooral de standvastigheid. In gedachten was ik erbij. Verzette mij tegen de overname van Vrijstaat de Eenhoorn. Maar de panden werden ontruimd en afgebroken. De mensen moesten hun huizen uit. De geplande parkeergarage kwam er niet. Daarvoor in de plaats kwam er eentje een paar straten verderop.
Ironisch genoeg is diezelfde parkeergarage onlangs weer afgebroken en op de plek waar het onding stond, staat nu een flat met dure koopwoningen. Onder Plein 44 is toch een parkeergarage gekomen. Dat plan lag er al in 1981, maar er was binnen de gemeenteraad geen meerderheid voor te vinden.
Ik denk dat ik van het weekend maar eens een kaasbal ga eten bij de Plak en dan reserveer ik alvast een kaartje voor het feest. Het café bestaat in 2016 veertig jaar. Daar moet ik natuurlijk  bij zijn, want als je bedenkt dat vandaag het verlangen van morgen is, dan kan het haast niet anders dan een fantastisch feest worden.

Pionieren

Een bijdrage van Valerie Bongaarts, gepubliceerd op 26 april 2015

Pionieren

Ik ben van nature niet zo’n pionier. Of eigenlijk wel. De drang is er, maar de uitvoering laat te wensen over. Zo wilde ik als puber naar een Kibboets. Nog niemand van mijn vrienden had dat ooit gedaan. Maar helaas toen het er van moest komen, had ik zoveel dingen aan mijn hoofd, dat Israël er bij inschoot. Later ging ik Russisch studeren. Na het succesvol afronden van deze studie zou ik mij in Moskou vestigen. Het verdrag van Minsk was net getekend en ik zou als journalist, één van de eersten, mijn ervaringen gaan delen met de rest van de wereld. Maar mijn nieuwe vrijheid in Amsterdam kostte veel tijd. Moskou kon nog wel even wachten.
En toch werd ik op een dag  pionier. Vanwege een kinderwens. Een vriend als zaaddonor zou sperma afstaan. Het ziekenhuis ging dat voor ons invriezen en wij zouden er op afroep gebruik van maken. Simpeler konden we het niet maken. Maar het enige ziekenhuis in Nijmegen dat aan invriezen deed was het Universitair Medisch Centrum St Radboud. En toen werd het problematisch. Want in de tweede helft van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw schreef de De Raad van Bestuur, onder invloed van de Stichting Katholieke Universiteit, nog doodleuk voor dat er binnen het katholieke bolwerk van ‘De Radboud’ geen inseminaties gedaan mochten worden bij en voor gelijke sekse koppels. Mij werd geadviseerd te bellen met het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem, daar konden ze ons verder helpen.
We lieten het hele idee van schrik een paar jaar rusten, maar uiteindelijk lukte het om onze gediscrimineerde ego’s aan de kant te schuiven voor het verwezenlijken van die ene grote wens. Ik belde met Rijnstate. Of ik ‘De Radboud’ al had geprobeerd, vroeg de dame in Arnhem, die mijn verhaal aanhoorde. Daar hadden ze namelijk sinds kort groen licht gekregen ook homo’s en lesbiennes te begeleiden in hun kinderwens.
Om een lang verhaal kort te maken: enkele maanden later liepen we voor het eerst, met de goedkeuring van de heilige Radboud, door de klapdeuren van de fertiliteitskliniek. Een ontvangstcomité van dolgelukkige medewerkers wachtte ons op. Het personeel vertelde hoe ze met z’n allen hadden gejuicht toen de kogel eindelijk door de kerk was. Dat we moesten weten dat het allemaal niet aan hun had gelegen, dat als zij het voor het zeggen hadden gehad, et cetera, et cetera. Duidelijk was: wij waren de eersten, wij waren de pioniers!
Dat hebben we geweten. De brieven aan mijn vrouw geschreven, werden standaard met Mijnheer en De Heer aan haar gericht. De vragenlijsten, die in tweevoud werden verstrekt, hadden steevast een vrouwelijke en een mannelijke versie. Honderden vragenlijsten en formulieren waren dat, want met deze nieuwe situatie ging alles precies volgens protocol. En met alle geduld van de wereld koppelden we de misverstanden terug. Bleef ik bij ieder telefoontje rustig zeggen dat mijn partner een vrouw was en dat het niet uitmaakte dat ze zich vergisten. Krasten we op ieder formulier de mannelijke verwijzingen door en schreven er keurig in blokletters bij dat het hier een mevrouw betrof.
Bij dezelfde procedure voor onze dochter, drie jaar later, gebeurde dat allemaal niet meer. Ik kan mij niet herinneren in de correspondentie één verkeerde aanhef te hebben gezien en als mijn partner en ik op de inseminatie-afspraken kwamen, keek niemand verbaasd op. In de computer stond blijkbaar correct vermeld dat mevrouw X en mevrouw Y om tien uur een afspraak hadden.
Ik voelde mij trots. Trots was ik op ons uithoudingsvermogen. Op het geduld waarmee we hadden geholpen de logge bureaucratie van het ziekenhuis te verlossen van opgelegde regels en hoe we vastgeroeste ideeën hadden weten te trotseren. Want uiteindelijk is pionieren ook en vooral verantwoordelijkheid dragen. Zorgen voor een betere wereld voor degenen die na jou komen. En dat is misschien waar ik in het verleden, bij al mijn mislukte pogingen, nog niet aan toe was.

Langs de Lijn

Een bijdrage van Valerie Bongaarts, gepubliceerd op 8 april 2015

LANGS DE LIJN

In Japan geloven ze in waarzeggerij en handlezing. Ik wist het ook niet, maar op iedere straathoek kun je door deskundigen – met de status van een dokter – je handpalm laten lezen. Niet iedereen heeft echter een even rooskleurige toekomst in zijn handen. Natuurlijk niet, dat zou gek zijn. Nee als je ad random een aantal palmen naast elkaar legt, krijgt de één beduidend meer hobbels en kronkels op z’n pad dan de ander.
En nu zijn er mensen – en hier maakt het bizarre zijn entree – die deze onfortuinlijke lijnen middels plastische chirurgie laten verleggen.
Ze doen het! Ik zag het! In Japan dus!
Welke vreemdsoortige hang naar controle ligt hieraan ten grondslag? Waarom kunnen mensen zo moeilijk accepteren dat ze niet alle touwtjes in handen hebben? En is dit – ondanks de omslachtige ingreep – geen uiterst passieve manier om het lot om te buigen, dat te proberen althans?
De vaste handlezeres van een ‘geholpen’ dame zei bij hun eerste ontmoeting na de operatie vooral littekens te zien, maar dat kon door het licht komen, want nu ze beter keek, zag ze inderdaad vooruitgang. De levenslijn was een stuk rechter, alleen financieel gaf haar klant in kwestie nog steeds meer geld uit dan er binnenkwam. Of dat klopte?
Ik was met stomheid geslagen. Waren de fysieke kenmerken van mijn hand dan inderdaad de indicatoren van mijn geluk? En als het weliswaar omslachtig maar relatief zo eenvoudig was deze te verbeteren, waarom had ik dan zoveel energie verspild om teleurstellingen en tegenslagen het hoofd te bieden? Ik werd er zelfs een beetje treurig van.
Tot vrijdagavond toen ik wat social media bijwerkte en mijn Facebook tijdlijn zag vollopen met uitzinnige beelden en juichende berichten. Mijn stad had de schaamte van zich afgeworpen en was kampioen geworden van de Jupiler League. De smet van de degradatie had plaatsgemaakt voor de glans van de overwinning. Het clublied werd van stal gehaald en de straten vulden zich met vreugdevuren. En ik vond het heerlijk om te zien. Na de tranen was hier het vuurwerk waarmee de beelden van het verslagen elftal en de ontroostbare fans vergeten zouden worden.
Hadden de voetballers op eigen houtje de negatieve lijn weten te weerleggen? Het leek mij sterk dat iemand daarvoor zijn hand had moeten verminken. Nee, dit elftal bewees: als je ergens hard genoeg in gelooft, kun je het tij nog best wel eens keren. Maar of je nou naar de plastisch chirurg gaat of niet, je zult er altijd zelf iets voor moeten doen.

Parijs aan de Waal

Een bijdrage van Valerie Bongaarts, gepubliceerd op 16 maart 2015

Omdat ik deze dagen minder buiten kom dan gewend, voelde mijn uitstapje van vandaag als de uitstapjes die ik ooit in Parijs maakte. Ik werkte er aan een theatervoorstelling over mijn leven. Voor de duidelijkheid: ik verzon dat thema zelf niet, ik werd gevraagd en zegde natuurlijk toe, gevleid als ik me voelde. Maar goed, mijn uitstapjes dus. In het tiende en elfde arrondissement. Het waren momenten van groot geluk. Lopend door Parijs. Ik liep langs antiquariaten, geurende boulangeries, café tabacs met hun eeuwige tl-verlichting, deed af en toe een boodschap in een supermarché en at wandelend het kontje van een baguette. Ik genoot van alle nieuwe indrukken, zoog op wat de grote stad me te bieden had en verzon bij willekeurige passanten de meest fantastische verhalen. Dit alles met de intentie dat ik daar hoorde.
En zo liep ik vandaag ook door Nijmegen Oost. Ik hoefde in principe niet verder dan een boodschap bij de plaatselijke supermarkt, maar in plaats van de rechte weg liep ik de omweg. Ik deed net alsof ik net deed alsof ik er hoorde en groeide per straat in mijn rol. Ik stopte bij de Antiquair op de hoek en keek voor het eerst in de etalage, keek naar de terrasjes die parallel met de krokussen tevoorschijn kwamen en liep langs de mensen die ik zogenaamd niet kende, ook niet van zien. Ik deed een boodschap bij de buurtsuper en vroeg – om mijn ervaring geloofwaardiger te maken – de rekkenvuller waar de melk stond. Bij de kassa verzon ik dat de slonzige man met de couperose wangen jarig was en dat hij vlug naar de winkel was gerend omdat er meer mensen waren gekomen dan hij had verwacht. Dat de twee pakken wijn van het merk ‘Alter Geniesser’ gevuld waren met goedkope maar prima wijn. En dat de eenzame karbonade voor ome Gerrit was die onverwachts toch bleef eten.
Op dat moment begon de baby te huilen die tot dan toe – gedurende mijn stadssafari – een perfecte bijrol had gespeeld. Gauw rekende ik af en pakte het dagelijkse verhaal van mijn eigen boodschappen in. Ik haastte me naar huis en lette nergens meer op behalve op mijn krijsende baby. Eenmaal thuis vond ik het briefje dat ik voor vertrek aan mezelf schreef. ‘GFT bak!’ Het gewone leven was weer begonnen.

Stauferstele

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 13 februari 2015

Er kwam afgelopen week verheugend nieuws uit het Stadhuis voor de fameuze zanggroep Anita & de Jarretels. Bert Velthuis heeft er persoonlijk voor gezorgd, dat ze hun tranentrekkende smartlappen tijdens de Dag van het Levenslied kunnen blijven zingen op het Valkhof ondanks de bouw van de Donjon. Een tijd geleden maakte ik me kwaad, omdat de bouw van de Donjon gedwarsboomd werd door Anita & de Jarretels en hun collega’s. Eén dag per jaar tranen met tuiten kwelen op het Valkhof zou voorrang moeten krijgen op 365 dagen per jaar de Donjon. Samen zou volgens deskundigen niet kunnen. Om tranen van in de ogen te krijgen. Bert Velthuis heeft alle tranen gedroogd. Het kan allemaal wel samen. Goei jong, die Bert. Lees verder »

Het grote tekenen

Een bijdrage van Jac. Splinter, gepubliceerd op 9 september 2014

klik hier voor het filmpje: (om de een of andere reden weigert wordpress tegenwoordig weer de directe youtube link…excuses voor het ongemak)

Van woensdag 10 tm zondag 14 september kan, mag, gaat iedereen in deze stad op de een of andere manier wel merken dat er meer getekend kan, mag, gaat worden. Kwestie van gewoon doen!

www.thebigdrawnijmegen.nl ter inspiratie ook!

Blijft dit zo?

Een bijdrage van Maerten Prins, gepubliceerd op 27 augustus 2014

Doornroosje is bijna af. Maar wat ik me afvraag is of die muur zo blijft? Ten eerste vind ik de combinatie van ’scherpe’ ramen met ‘zachte’ lijnen niet echt mooi. En de lijnen lijken ook niet af te zijn. Of worden de vlakken misschien nog ingekleurd?

Tijdelijk

Een bijdrage van Vincent Cantrijn, gepubliceerd op 12 juli 2014

Gisteren heb ik een column uitgesproken bij de opening van het kunstwerk Out of the Box in het Honigcomplex. Een initiatief van de Stichting Fabrikaat. Het kunstwerk is een tijdelijke woning, gemaakt van duizenden kartonnen dozen, eierdozen en gebruikte koffiepads. Lees verder »