Ed van Teeseling

9 oktober 2012 door Paul van der Heijden

Geen enkele beeldhouwer heeft een grotere stempel gedrukt op onze stad dan Ed van Teeseling. Niet veel mensen kennen hem, maar iedereen kent zijn werk, want overal staan zijn beelden: van Traianus op het Traianusplein, de Gouden Engel aan de Parkweg, het schoolmeisje aan de Archipelstraat tot het gevleugelde paard bovenin Hengstdal. Daarnaast zette Ed zich in voor allerlei lokale kunstenaarsinitiatieven zoals de GBKN, Stichting DAK, de Olifant en de Commanderie van Sint Jan.

Nijmegen was na Amsterdam een van de meest vooruitstrevende centra van beeldende kunst, en Ed vormde daarin de spil. Zijn oeuvre is een staalkaart voor de ontwikkeling van de Nederlandse beeldhouwkunst in de tweede helft van de 20e eeuw: een waanzinnig boeiend tijdperk waarin beeldende kunst evolueerde van figuratief naar abstract, en van louter decoratie tot wezenlijk onderdeel van de ruimte. Ed doorliep alle fasen van deze ontwikkeling, overigens zonder daar dogmatisch in te zijn. Met schijnbaar speels gemak plooide hij zich naar zijn opdrachtgevers en vooral ook naar degenen voor wie de beelden bedoeld waren: omwonenden en toevallige passanten. Zo veroverden Ed’s beelden niet alleen een plek in de stad, maar ook in de harten van de mensen.

Ed was jarenlang onze buurman. Een prachtige, aimabele man vol harmonieuze tegenstrijdigheden: ingetogen maar artistiek expressief, welbespraakt maar zwijgzaam over zijn verleden, een gedreven pleitbezorger voor de kunst maar bescheiden en relativerend over zijn eigen bijdrage daarin. Toen iemand op zijn tachtigste verjaardag een kunstroute wilde maken langs al zijn beelden in Nijmegen, voelde hij zich gevleid maar vond het tegelijk ook onzin. Het ging immers om de beelden, niet om de kunstenaar. En als onze kinderen het trottoir met stoepkrijt aan het volkladderen waren, leunde Ed bewonderend over het tuinhek: ‘Moet je nou eens kijken, die vormen en kleuren. Wat een geweldige fantasie hebben kinderen toch.’

Vier jaar geleden overleed Ed. Zijn atelier aan de Pijkestraat bleek een schatkamer aan onbekend werk, schilderijen, tekeningen, brieven en krantenknipsels. Vier jaar kostte het om alles te catalogiseren en inventariseren. Maar nu is zijn oeuvre dan eindelijk gebundeld in een boek. Afgelopen zaterdag werd het gepresenteerd in het Besiendershuys, waar Ed jarenlang heeft gewoond en waar tientallen jaren de crème de la crème van de Nijmeegse beeldhouwkunst samenkwam voor exposities, borrels, vergaderingen en het verleggen van grenzen van de kunst.

Het boek is prachtig geschreven en vormgegeven. Een hommage aan Ed, maar belangrijker nog, een ode aan beeldhouwkunst in het algemeen. Wie het boek heeft gelezen, kijkt voorgoed anders naar de beelden die ons omringen. Met begrip en verwondering.

Precies zoals Ed het zou willen.

Vind je dit een interessant artikel?
Mail het dan door naar anderen, of deel het via social media:
Pin It

Het is niet mogelijk om op dit artikel te reageren.