Het verschil tussen Barcelona en N.E.C.

23 februari 2012 door Marcel Smit

Zondag 19 februari, 21.30 uur. Begin van de Spaanse voetbalwedstrijd FC Barcelona-Valencia. De spelers van Valencia hebben er zin in. Ze zijn in vorm. Ze staan derde in de competitie, maar één plaats onder Barcelona. Barcelona is wat minder de laatste weken. Het is afgegleden van onaards superieur naar heel erg goed. De trotse bezoekers uit de sinaasappelstad gaan de onoverwinnelijke Barcelonezen beentje lichten. Dat het bezoekende elftallen al lang niet meer is gelukt indruk te maken in het immense stadion Camp Nou, deert hen niet. Bang voor FC Barcelona? Nee, kom maar op. Bang voor de 100.000 toeschouwers en het tromgebeuk? Ben je gek, gezellig toch? Bang voor Lionel Messi? Lionel Wie?

Barca

Meer dan een club...

Ruim anderhalf uur later maakt de scheidsrechter er een einde aan. Hij telt geen minuut bij. Godzijdank, spreekt uit de doffe ogen van de Valencianen. Versuft en verdwaasd kijken ze om zich heen. Wat is er gebeurd, waar zijn ze? Wat was de stand, scheids? 5-1, voor Barcelona. Vier keer Lionel Wie. 5-1 maar? Hebben ze zelf een doelpunt gemaakt? Zijn ze dan in de buurt van de andere keeper geweest? Het enige wat ze willen, is van het veld af. Naar de kleedkamer. Waar is die ook alweer? Oriëntatie en richtinggevoel zijn weg. Ze willen de bus in. Ze willen naar hun moeder.

Twee Nijmegenaren hebben dit voor hun ogen zien gebeuren. Een onwerkelijk schouwspel. Een wervelwind die een sinaasappel uitperst.

‘Ongelooflijk’, stamelt de een. ‘Waarom zien we dit nooit bij N.E.C.? Wat doet Barcelona anders?’

‘Tja’, zegt de ander. ‘Barcelona heeft het grootste stadion van Europa. 100.000 man. Elke wedstrijd uitverkocht. Bezoekers uit de hele wereld. Messi. Een eigen, drukbezocht museum. Een begroting van meer dan 400 miljoen. Xavi. Wereldwijd meer dan 1300 officiële fanclubs. Alle wereldtoppers willen er spelen. Iniesta. Het heeft heel vaak het Spaans kampioenschap gewonnen. En de Spaanse beker. En de Champions League. En de kleine Europacup. En de wereldbeker. En de Europese Supercup. En de Spaanse Supercup. Het clublied was tijdens de Spaanse burgeroorlog stiekem het Catalaanse volkslied. Més que un club, meer dan een club, dus. Verder zie ik geen verschil.’

‘Laten we in Nijmegen maar bescheiden blijven.’

‘Ben je gek, joh. We hebben De Goffert. Het mooist gelegen stadion van Nederland. Prachtige clubkleuren. Platje. In de rust Al mot ik kruupe. Als Nijmegen zich afscheidt van Arnhem, gebruiken we dat als volkslied. Ambitie! Op naar het kampioenschap! En de Champions League! We missen eigenlijk maar één ding om kampioen te worden.’

‘Nou?’

‘Wie neemt nou eindelijk die grote trom eens mee naar De Goffert?!’

Vind je dit een interessant artikel?
Mail het dan door naar anderen, of deel het via social media:
Pin It

Het is niet mogelijk om op dit artikel te reageren.