Open en gesloten monumenten in eigen straat

12 september 2010 door Heyta Melssen

Hoewel Rooms-Katholiek opgevoed, heeft ons kerkbezoek zich de laatste 30 jaar voornamelijk voorgedaan bij een heel enkele bruiloft of een begrafenis die nog met een mis wordt uitgeluid. Toch zijn juist in de vakantie kerken, kathedralen of kleine kapelletjes vaak ons doel. Of het nou in York, Parijs, op Kythira of in Bretagne is, we moeten de kathedraal in of een minuscuul kapelletje aan het einde van een onbegaanbare weg bezoeken.

Toegegeven, die drang wordt niet zozeer ingegeven door een lithurgische behoefte maar is voornamelijk bedoeld om rond te kijken en te fotograferen. Toch is het raar dat dit fenomeen zich beperkt tot de vakantie.

 

Toen deze week het overzicht van de open monumenten van dit weekend in de bus viel, en daarbij op een steenworp afstand zowel de kerk in onze straat als een byzantijnse kapel die daar vlak achter ligt open bleken te zijn was de keus dus snel gemaakt.

 

De kerk hadden we ooit éénmaal bezocht, bij de begrafenis van onze oude buurman. De kapel hadden we nog nooit gezien, hoewel ik daar dagelijks langs fiets. Het bleek dan ook een onopvallend gebouwtje te zijn: de voormalige kapel van het voormalige klooster. En nog dicht ook, op zaterdag, wegens reguliere kerkdiensten. Op zondagmiddag zou hij wel te bezoeken zijn.

 

De kerk was wel gewoon geopend. De H. Anthonius en St. Annakerk, zoals hij (of is een kerk een zij?) officieel heet, bestaat dit jaar 100 jaar. Honderd jaar geleden bestond onze straat echter nog niet. De kerk werd zodoende gebouwd ‘in the middle of nowhere’, op een kruispunt van twee zandwegen, precies midden tussen twee parochies. De toenmalige pastoor had een visionaire geest. Hij zag in dat Nijmegen enorm zou gaan uitbreiden en daarbij de gehuchtjes St. Anna en Hatert zou opslokken. St. Anna had nog helemaal geen kerk en de kerk van Hatert was te klein geworden. Hij kreeg toestemming van het bisdom en begon te bouwen. In 1910 was de kerk gereed. Gebouwd in neogotische stijl en voorzien van prachtig houtsnijwerk en gebrandschilderde ramen.

 

De eerste indruk als je binnenkomst is kaal. Witte muren, hier en daar schoon metselwerk. Nauwelijks beelden. Maar bij nadere bestudering blijken in allerlei nissen en zijkapelletjes prachtige iconen te hangen, waaronder originele uit 1500. En tot overmaat van vreugde konden we ook de klokkentoren beklimmen. Dat mag maar één keer per jaar, en dan nog met een beperkt aantal bezoekers.

 

Eenmaal boven viel het uitzicht tegen. Het was wel zonnig en helder, maar de toren, hoewel 56 meter hoog inclusief haan, bestaat voor een groot deel uit de spits waar je niet mag komen. Toch is het indrukwekkend om op 30 meter hoogte vlak naast de enorme bronzen klokken te staan. Vooral als ze ook nog geluid worden…….

 

 

Het voormalige klooster.


 

De toren boven de pastorie (links) en het kerkgebouw zelf.


 

Icoon uit Polen, 1500.


 

De typisch neogotische bouwstijl. In één van de ramen moet ook een feniks te vinden zijn, dus we gaan nog een keer terug als de zon niet recht in de camera schijnt.


 

Fraai bewerkte biechtstoel. Vooral het bordje onder de bel werkte op mijn lachspieren (2x bellen).


 

Bronzen klokken uit 1946.  Klinken hard, als ze zo vlak naast je geluid worden. De originele klokken zijn in de oorlog door de Duitsers om minder welluidende redenen meegenomen…..


 

De byzantijnse kapel op zaterdag. Het briefje op de deur vertelde dat we er niet in mochten. Dus gingen we vandaag, zondag terug. Om 1 uur hoosde het van de regen. Om 2 uur drupte het nog flink door. Om 3 uur viel een plensbui zodat we – geheel tegen onze milieuvriendelijke gewoonte in – de paar honderd meter toch met de auto gingen. En dat was maar goed ook, want toen we om 4 uur weer naar buiten kwamen hoosde het zo mogelijk nog harder.


 

Zoals in alle orthodoxe kerken zit het altaar verstopt achter een iconenwand. Toch was iemand zo vriendelijk om de rechterdeur even open te doen zodat we een blik (en een fototoestel) naar binnen konden werpen.


 

Grote icoon tegen de achterwand. Veruit de mooiste van de hele kerk maar ja, je kon er dus niet dichtbij komen……

 

De trots van de patriarch: een doosje vol relikwieën, waaronder een snippertje bot van één van Ruslands beroemdste heiligen (sorry, de naam is me ontschoten).

De patriarch was overigens een ontzettend aardige, heel typisch orthodoxe priester: lang wit haar, volle baard, lange zwarte jurk aan en twinkeloogjes achter brillenglazen (en een huisje in Frankrijk). We hebben heel gezellig met hem gediscussieerd en ik geloof dat hij ons binnenkort terugverwacht. Wie weet, ik wil het wel eens meemaken, zo’n mis vol magie en mysterie. Misschien val ik nog eens terug in het geloof waar ik jaren geleden vanaf ben gevallen.

Vind je dit een interessant artikel?
Mail het dan door naar anderen, of deel het via social media:
Pin It

Het is niet mogelijk om op dit artikel te reageren.